Verdreven
maar niet vergeten: het verleden bespreekbaar?
(Daniël van Middelkoop en Maarten Hogenstijn)
“Op de dag van de Vertreibung was het middageten
opgediend. Plotseling stormden de Polen naar binnen met gummiknuppels: “raus,
raus!”. Daarna heeft niemand meer gegeten. We werden het huis uitgegooid en
moesten op straat slapen. Onderweg zijn onze laatste spullen gejat”. (Mevrouw
H. uit Grunberg)
“We waren blij dat de oorlog afgelopen was. Maar
plotseling kwam er een bevel: vertrekken naar het westen, op 15 mei 1945. En
daar gingen we, in open wagons. Het regende. Huilen, vertwijfeling”. (Mevrouw
H. uit Kolomea)
In de voormalige oostelijke gebieden van het Duitse
Rijk namen verdreven Polen uit het oosten de plaats in van de Duitsers die naar
het westen verdreven werden. De Duitsers werden verdreven
door de Polen, de Polen door Russen. De ervaringen van deze Poolse en Duitse
vrouw na de Tweede Wereldoorlog zijn tot op zekere hoogte vergelijkbaar. Tussen de verhalen van Duitse en Poolse Heimatvertriebenen bestaan
verschillen, maar ook belangrijke overeenkomsten.
De groepen kenden het gezamenlijke lot van een gedwongen
verhuizing. Pas sinds kort worden deze overeenkomsten ook erkend en het begrip voor elkaar groeit slechts langzaam. De wonden
zijn diep: de Duitse vertriebenen zijn door Polen van hun Heimat beroofd en
zullen dit nooit kunnen vergeten. De inwoners van Zgorzelec mogen dan zelf ook verdreven zijn, het blijft voor de
Duitsers moeilijk om deze onbekenden
in “hun” huis te zien wonen. Bij ontmoetingen tussen
beide groepen is er dan ook veel onbegrip en ontstaan
makkelijk misverstanden. Zelfs bij de volgende generaties zit er nog altijd
“pijn in het hart”, aldus Thomas Marok, eigenaar
van een boekhandel in Görlitz en zoon van een vertriebene. “Het zijn ook
altijd dezelfde mensen die meedoen aan uitwisselingen tussen de Poolse en Duitse
kant van de stad”.
Begrip tussen de Duitse en Poolse Heimatvertriebenen wordt
ook bemoeilijkt door het feit dat vaak juist de nadruk wordt gelegd op de
verschillen tussen beide groepen. Natuurlijk zijn deze verschillen er ook wel.
De Duitsers moesten veelal alles achterlaten bij hun overhaaste vertrek. De
Polen kregen wat meer tijd, zodat zij ook een deel van hun culturele erfgoed mee
konden nemen. Zo kon een groep verdrevenen uit Lemberg een hele bibliotheek
meenemen. “De boeken werden in wagens geladen en meegenomen. In Breslau (Wroclaw)
werd de hele bibliotheek weer opgebouwd”, aldus Thomas Marok.
Een ander verschil is dat niet alle Polen gedwongen werden
te verhuizen, maar velen dat ook vrijwillig deden. Mevrouw Majewska kwam zelf
vrijwillig naar Zgorzelec: ze kon er een betere baan krijgen. "Ik was lerares, en kon in Zgorzelec aan de slag op een technische
school. In het westen van Polen was er een tekort aan leraren, terwijl ik in
mijn woonplaats moeilijk werk kon vinden. Daarom heb ik besloten te
verhuizen".
Nadat de Vertreibung eenmaal plaatsgevonden had,
was een belangrijk verschil ook de omgang van de autoriteiten met het probleem
van de vertriebenen. In West-Duitsland konden de vertriebenen zich organiseren
(onder andere in de Bund der Vertriebenen) en konden ze hun verhaal kwijt. In
Oost-Duitsland, en zeker in Polen werd het probleem van de vertriebenen
stelselmatig verzwegen of ontkend. Pas na de Wende werd er van officiële zijde
naar de verhalen van de vertriebenen geluisterd. Sindsdien is er ook aan de
Poolse kant veel literatuur verschenen over het onderwerp. Een landelijke
organisatie zoals in Duitsland is er echter niet.
In de huidige tijd is het probleem aan beide zijden
bespreekbaar, en worden voor het eerst pogingen gedaan de verhalen van beide
kanten bij elkaar te brengen. In het Schlesisches Museum in Görlitz
is een tentoonstelling over Heimatvertriebenen ingericht, die zowel de Poolse
als de Duitse kant van het verhaal behandelt. Mevrouw Pietsch heeft deze tentoonstelling mede samengesteld.
"De tentoonstelling is voortgekomen uit een onderzoek dat door professor
Ronge wordt uitgevoerd. Zij probeert de verhalen van Duitsers en Polen op
schrift te stellen, zodat tot meer onderling begrip gekomen kan worden. Door
bibliotheken, scholen, de kerk en andere organisaties heeft ze oude
Heimatvertriebenen opgespoord. Hun verhalen zijn op band opgenomen, en na
korrektie door de mensen zelf zijn deze verhalen bijeengebracht in een boek en
op deze tentoonstelling. Soms werden zelfs Poolse en Duitse Heimatvertriebenen
samen geinterviewd. Zij bleken elkaars lijden goed te kunnen begrijpen, maar dit
leidde helaas niet tot blijvend contact tussen beide groepen."
De tentoonstelling is inmiddels op 10 verschillende
plekken geweest, zowel in Duitsland als in Polen. "We proberen zo veel
mogelijk mensen te bereiken, juist in het gebied waar de problematiek speelt. De
jongere generatie moet zich er ook van bewust worden dat er een probleem
is."
Over de goede bedoelingen van de tentoonstelling bestaat
geen discussie, maar de uitvoering laat volgens sommigen te wensen over. “De
tentoonstelling zegt nauwelijks iets over het lijden van de Polen en
Duitsers.... Geen enkele keer worden aantallen slachtoffers genoemd. Duizenden
stierven en geen van deze misdaden is tot op heden bestraft”, aldus Gunther
Hinke in het gastenboek bij de tentoonstelling. Geconfronteerd met deze kritiek
zegt mevrouw Pietsch: "Het is een bewuste keus
geweest van ons om geen aantallen en kaarten op te nemen. We denken dat de
verhalen van de mensen zelf indrukwekkend genoeg zijn. De cijfers staan
bovendien al 100 keer in een boek, waarom zouden wij dat nog een keer
vertellen?"